Haast

Tussen de middag:

‘Mama zullen we nog een spelletje doen?’
– Nee daar is eigenlijk geen tijd voor, we moeten zo weer naar school.
‘Aaaaah, één spelletje, een snel spelletje! Ik ga er nu een zoeken die snel is, oké?’
– Goed dan.
‘Zullen we dit niéuwe spelletje doen?’
– Nee, we hebben geen tijd om eerst te kijken hoe het moet. Pak maar een die we vaker spelen.
‘Oké deze! Of nee, déze! Nee wacht even. Deze? Nee, ik wil een ander. Deze, ik wil deze!’

Ik help de Rupsje Nooitgenoeglotto uit te kiezen en terwijl ik de kaartjes neerleg:
‘Ik moet poepuh!’
Na kostbare minuten:
‘Hmm, welk kaartje zal ik pakken? Even denken,… uhhhm,… ik weet het niet, welke zal ik nemen. Wat denk jij mama?’
– Je moet er gewoon een pakken, maakt niet uit welke, we hebben een beetje haast.
‘O kijk, ik heb die met de cocon! Ik wil die met de vlinder! Waar is die van de vlinder? Weet jij het? Waar zou die liggen, even denken…’



– Pak je nog een kaartje?
‘O ja! *pakt kaartje* IK HEB DE VLINDER! *Doet dansje door de kamer*
‘Kijk eens mama wat ik kan?’ *Doet de radslag*
– Kom je even verder spelen, we hebben haast hè.
‘O ja! Mama weet je wat C zei vanmorgen? Ze zei… *lang verhaal volgt*
– ‘Pak je nu even een kaartje?’
*negeert mijn vraag* ‘Kijk mama, kun jij dit?’ *buigt armen, benen en oren in een dusdanige positie dat er professionele hulp aan te pas moet komen om haar weer uit de knoop te halen*
Ik zeg dat we nu echt moeten haasten.

Na een herhaling van bovenstaande heeft de kleuter (godzijdank) gewonnen. Ik sta meteen op.
‘Zullen we het nog een keer spelen?’
– Het is tijd, we moeten naar school! Kom! Anders zijn we te laat!
‘Zullen we anders nog een ander spelletje doen? Mag ik nog een tekening maken? Ik zou je nog laten zien dat ik de handstand heel goed kan! Waar is mijn knuffel? Mijn knuffel moet mee naar school!’

 

 

Ergste: ik had het kunnen weten. Lees hier waarom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *